Onzindelijkheid bij katten

De kat is een zindelijk dier. Met dit idee in het achterhoofd neemt een kattenliefhebber graag een kat in huis. Maar wat als het diertje nu toch niet zo zindelijk blijkt te zijn en regelmatig een plasje achterlaat in huis maar niet in de kattenbak? Dat is bepaald geen pretje en menig katteneigenaar kropt dan gedurende lange tijd zijn frustratie op om uiteindelijk te beslissen het diertje te herplaatsen of nog erger … te laten euthanaseren. Zo ver moet het echter niet komen. Hieronder hebben we kort samengevat welke stappen kunnen ondernomen worden in geval je kat blijkt onzindelijk te zijn, zodat op korte termijn de kat en het baasje weer in harmonie kunnen samenleven.

Sproeien versus plassen

Eerst en vooral dient een onderscheid gemaakt te worden tussen plassen en sproeien.

Zowel een kater als een poes kan sproeien. Het zijn hoofdzakelijk niet-geholpen dieren die gaan sproeien om hun territorium af te bakenen ten aanzien van andere dieren of nog om een communicatievlag achter te laten in die zin van, opgelet blaffende hond of roepende kinderen in de buurt of nog, omdat het dier zich niet goed in zijn vel voelt.

Sproeien doet een kat veelal rechtopstaand met een omhoog staande trillende staart en trappelende achterpoten. De kat sproeit horizontaal tegen verticale oppervlaktes zoals een muur, een stoel, een wasmand enz. De sproeistof bevat een olieachtige substantie die afkomstig is van de geurklieren, en die vooral bij ongeholpen katers fel ruikt. De vloeistof wordt werkelijk over het verticale oppervlak gesproeid. Minder voorkomend maar niet uitgesloten, is dat een kat hurkend sproeit, zoals bij het doen van een plasje. Ook deze sproeistof bevat de olieachtige substantie en verschilt met een plasje in de hoeveelheid vloeistof die de kat achterlaat (het betreft enkele druppeltjes).

Zoals hierboven vermeld zijn er verschillende redenen waarom een kat zou gaan sproeien. Niet-geholpen dieren doen het veelal om een seksuele boodschap achter te laten in de zin van: Dit is het territorium van een potente kater, in dit territorium bevindt zich een krolse poes enz. Deze oorzaak van sproeien kan dus veelal verholpen worden door de desbetreffende dieren te laten castreren (mogelijks chemische sterilisatie indien tijdelijk). Hoe vroeger je de dieren castreert, hoe meer kans dat ze niet gaan sproeien of stoppen met sproeien (ongeveer 80% van de gecastreerde dieren sproeit niet of stopt met sproeien). Bij een kat die echter al een hele tijd sproeit en op latere leeftijd gecastreerd wordt is de kans groter dat het dier blijft sproeien. Zijn het echter fokdieren die je niet (tijdelijk) wenst te castreren, ja, dan zal je het sproeien moeten aanvaarden.

Weet wel dat ook een geholpen kat mogelijks zijn of haar terrein zal afbakenen en dus op de plaatsen waar het dier veel komt of op de uiteinden van zijn / haar territorium een geurvlag zal uitzetten (i.e. veelal op de grens van het territorium van een andere kat), maar normaal gezien zal een geholpen kater of poes niet gaan sproeien op de plaatsen waar ze leven, eten, spelen en slapen.

Mocht dit zich wel voordoen, kan aandacht besteed worden aan de hieronder vermelde stappen (met uitzondering van de kattenbakhygiëne wat eerder een remedie zou kunnen zijn bij wildplassen).

Plassen naast de kattenbak is ook niet echt een pretje. Plassen doet een kat al hurkend, veelal in hoekjes of op een zachte stof. De zachte stof is qua substantie immers vergelijkbaar met het kattenbakgrind, er kan namelijk in gegraven worden. Bovendien zal de kat spijtig genoeg de voorkeur geven aan zachte stoffen die naar de baasjes ruiken, zoals bijvoorbeeld kledingsstukken, donsdekens, de zitbank, de wasmand enz. De geur van het baasje maakt immers dat de kat zich veiliger voelt. De hoeveelheid vloeistof is veel groter dan bij het sproeien want de kat gaat echt zijn blaas legen. De urine van een niet-geholpen kater kan ook fel ruiken maar bevat geen olieachtige substantie.

Hoe pak je een plassende kat nu aan?

1. Medische oorzaak uitsluiten

Eerst en vooral dienen medische oorzaken uitgesloten te worden. Het is primordiaal om zo snel mogelijk na de eerste plas naast de kattenbak of de uitzonderlijke sproei in huis, je kat te laten onderzoeken. Wildplassen of sproeien kan immers duiden op een zieke kat die zich niet goed in haar vel voelt. En zelfs al denk je, die kat mankeert niets, weet dan dat een kat haar pijn ongelofelijk goed kan verstoppen. De kat kan wildplassen of sproeien omdat ze bij wijze van voorbeeld lijdt aan blaasgruis, aan blaasontsteking, aan nierfalen of ze kan zelfs gewrichtsproblemen hebben waardoor ze de kattenbak associeert met pijn en deze vermijdt. De dierenarts zal de kat haar urine onderzoeken op tekenen van bacteriën, gruis of slecht werkende nieren.

Weet echter dat net zoals bij de mens, de kat het slachtoffer kan zijn van een blaasontsteking die niet te wijten is aan gruis of bacteriën maar waarvan de oorzaak eerder psychisch is. We spreken dan van een ideopathische cystistis waarvan de oorzaak vermoedelijk stress is. In geval van een ideopathische cystitis zal voor alle veiligheid een antibioticum voorgeschreven worden maar het werkelijke geneesmiddel is dan extra aandacht. In extreme gevallen van neerslachtigheid en angst kan het gebeuren dat de dierenarts tevens anti-depressiva voorschrijft.

2. Kattenbakhygiëne onder de loep nemen

Een andere belangrijke oorzaak van wildplassen (in de regel niet van sproeien) is de kat die het niet eens met de gevoerde kattenbakpolitiek. Ze haat de kattenbak in die mate dat ze die vermijdt en elders haar behoeften gaat doen.
De oorzaak kan te wijten zijn aan volgende factoren:

  • Er zijn niet voldoende kattenbakken in huis: er dienen in de regel evenveel kattenbakken in huis te staan als er katten zijn + 1. Katten gebruiken immers graag een bak om in te plassen en ééntje om te poepen. Ook kan men niet altijd vermijden dat indien er meerdere katten zijn, de ene kat de andere van de kattenbak wegjaagt of intimideert terwijl deze op de kattenbak zit. Best zet je de verschillende kattenbakken in verschillende kamers want zet je de kattenbakken te dicht bij elkaar dan zal de kat de verschillende kattenbakken beschouwen als 1 “grote” kattenbak.
  • De kattenbak is te klein en de kat hangt er zonder het zelf te weten over.
  • De kattenbakken zijn naar de zin van de kat niet proper genoeg. Schep regelmatig de kattenbakken uit en kuis ze éénmaal per week volledig met bleekwater of ammonia. Het reinigt goed en de katten zijn dol op de geur. Die geur zet hen namelijk aan om op “die” plek hun behoeften te doen.
  • De kattenbak staat op een plek waar te veel doorgang is of te veel lawaai (bijvoorbeeld van de wasmachine). Katten moeten zich veilig voelen als ze op de kattenbak zitten. Ze zijn immers kwetsbaar op dat ogenblik en kunnen bedreigende geluiden en te veel doorgang dus echt niet appreciëren.
  • De kat houdt niet van het gebruikte grind. Een kat is een luxebeest en is bijzonder moeilijk inzake eten, kattenbakzand enz. Zo kan je kat weigeren om op de kattenbak te gaan omdat ze de mening is toegedaan dat het gebruikte grind bijvoorbeeld te grof is, te geparfumeerd is (zeker als het naar eucalyptus of dennen ruikt is de kans groot dat je kat er de brui aan geeft of nog, het geurpoeder dat soms toegevoegd wordt aan de kattenbak wordt niet altijd gesmaakt). Wat ook kan is dat je te snel van het ene zand op het andere bent overgeschakeld. Wil je het weten, zet dan verschillende kattenbakken met verschillende soorten kattengrind in je huis en laat je kieskeurige kat als een echte meester kiezen.
  • Verkies een open kattenbak. Een gesloten kattenbak heeft veel voordelen voor de eigenaar namelijk minder uitloop, minder geurtjes, geen onaangenaam zicht, maar je kat houdt niet zo van een gesloten kattenbak. De geurtjes blijven inderdaad in de kattenbak hangen (misschien daarom dat een kat veelal haar kop buiten houdt als ze op een gesloten kattenbak gaat), de kat kan zich niet voldoende bewegen op de kat waardoor ze tegen de wand zit enz.
  • Staan de kattenbakken soms te dicht bij de voederbakjes of de waterbakjes? Katten houden er niet van om hun behoeften te doen in de buurt van hun voederplaats. Zeg nu zelf, je eet toch liever ook niet naast je wc met de verschillende geurtjes die zich op een niet al te harmonieuze wijze vermengen?
  • De kattenbak heeft een te hoge instap voor een oudere kat of een kitten waardoor de katten pijn of moeite ervaren bij het betreden van de kattenbak.
  • Hangt er iets boven de kattenbak zoals bijvoorbeeld een handdoek, een dweil, een borstel. Zoals gezegd voelt een kat zich kwetsbaar als ze haar behoeften doet en een bedreigend iets boven de kattenbak zal dat gevoel van onveiligheid niet verminderen.

Zoals je ziet zijn er vele redenen waarom je kat de kattenbak zou kunnen ontlopen.

3. Oorzaak van frustratie en / of stress achterhalen en aanpakken

Werd er geen lichamelijke oorzaak vastgesteld of scheelt er niets van bovenstaande aan je kattenbakpolitiek, dan zit je kat misschien met een ei. Ze voelt zich niet goed in haar vel, is gestresseerd, angstig en /of gefrustreerd om de één of andere reden. Dit is eigenlijk wel de moeilijkste stap van de bovenstaande. Wij denken immers als mensen en die denkwijze stemt absoluut niet overeen met de denkwijze van een kat.

Een kat is een bijzonder gevoelig wezen dat houdt van rust, vaste rituelen op vaste tijdstippen en een veilige stabiele omgeving.

De minste verstoring in het huishouden of de rituelen van de kat resulteert in stress en frustratie waardoor de kat kan gaan wildplassen of sproeien. Je kat wil je immers informeren over haar belabberde toestand.

Belangrijk is dus de oorzaak van die stresssituatie te vinden en die aan te pakken. Hierna hebben we louter ten informatieve titel een aantal mogelijke oorzaken van stress bij de kat weergegeven, maar weet dat er zeker andere mogelijke oorzaken zijn.

  • Wijzigingen in huis: ben je verhuisd of heb je je meubels verplaatst, een nieuw interieur gekocht?
  • Wijzigingen in de gezinssamenstelling zoals een baby erbij, een nieuwe partner, je partner die het goede maatje was van je kat is er niet meer enz.?
  • Spanningen tussen mensen: katten voelen spanningen tussen mensen en kunnen slecht tegen geroep, getier en gehuil.
  • Nieuwe kat: heb je een nieuwe kat te snel geïntroduceerd? Misschien lijkt de nieuwe kat goed aanvaard, maar voeren ze stiekem een koude oorlog door middel van intimidatie en een verdoken schrikbeleid. Of loopt er soms een vreemde kat in jouw tuin rond die jouw kat wat komt uitdagen door bij wijze van voorbeeld te komen plassen voor de deur zodat jouw kat zijn territoriumluchtje kan ruiken, of komt de vreemde kat voor het raam zitten om jouw kat wat te intimideren door middel van oogcontact? Een enorme bron van frustratie voor jouw kat. Best kan je dan je tuin afsluiten, zorgen dat de vreemde kat niet meer kan plassen of sproeien voor de deur en jouw kat die andere kat niet meer kan zien of… je kan jouw kat zelf buiten laten in de mate van het mogelijke zodat deze zijn eigen territorium gaat afbakenen.
  • Je kat heeft nooit geleerd om zindelijk te zijn: een kitten is normaal zindelijk rond 6 à 8 weken. Het zal namelijk de moeder na-apen die haar kittens zal stimuleren om op de kattenbak te gaan. Maar spijtig genoeg heeft niet elk kitten van een opleiding door de moederpoes kunnen genieten. In dit uitzonderlijke geval moet je je kat leren op de kattenbak te gaan. Hoe ga je daarbij te werk? Een kat doet in de regel zijn behoeftes op vaste plekken. Wel, je zal kattenbakken moeten plaatsen op de plekken waar je kat regelmatig zijn behoeftes doet. Is dit niet je lievelingsplek, dan kan je de kattenpak een halve meter per dag verplaatsen tot de plek waar je de bak graag zou hebben.
  • Slechte socialisatie als kitten: De socialisatie van een kitten vindt plaats tussen de 3e en de 14e week. In die periode moet een kitten leren omgaan met mensen, dieren, geluiden enz. Veelal is het de moederpoes en de eigenaar die zorgen voor de socialisatie van het kitten. Indien het kitten in deze periode niet voldoende in contact is geweest met verschillende mensen, dieren (van verschillende leeftijd en verschillend geslacht) en huishoudgeluiden (zoals de stofzuiger, de televisie, muziek, gejengel van huisgenoten enz) dan zal deze kat een ongelofelijke stress en / of angst ondervinden in haar latere leven. Mogelijks kan je kat zelf aan verlatingsangst gaan lijden waardoor ze zo gestresseerd geraakt dat ze gaat plassen als haar baasje niet in de buurt is.
  • Je kat heeft nare ervaringen achter de rug: ook een nare ervaring die een goed gesocialiseerde kat heeft ondergaan kan leiden tot stress met alle gevolgen vandien.

Eens je de oorzaak van de stress, angst en/of frustratie hebt vastgesteld dien je deze zo veel als mogelijk te remediëren door bijvoorbeeld een nieuw introductieproces te starten met de nieuwe kat, door een aantal stappen te zetten zodat je nieuwe vriend of je baby geaccepteerd wordt door de kat, je kat minster angstig te maken enz. Het opsporen van de oorzaak is al geen gemakkelijke taak om dan nog maar te zwijgen over het remediëren ervan.

Mocht je merken dat er niet spoedig verbetering komt in het onaangename plas- en sproeigedrag van je kat, schakel dan zo snel mogelijke een goede kattengedragstherapeut in. Een goede therapeut zal bij jou thuis de kat komen observeren zodat ze de oorzaak kunnen vaststellen en zal samen met jou een stappenplan opzetten. Het zal nooit gemakkelijk zijn maar als je die stappen nauwkeurig volgt (kan gaan van kattenbak verzetten, anti-depressiva of Bach bloesems toedienen, Feliway gebruiken enz.) is de kans groot dat je in een periode van 2 à 3 weken van het probleem verlost bent. Je hoort in de praktijk zo veel mensen die gaan experimenteren met van alle middeltjes of denken dat een Feliway verdamper in de stekker wel soelaas zal brengen. Vergeet het, Feliway en Bach kunnen helpen in het proces maar zijn zelden de oplossing. Dus twijfel niet en haal die therapeut erbij. Het zal je op het einde van de rit veel geld en zenuwen besparen.

Grondig reinigen van de plas- of sproeiplek

De plek grondig reinigen pakt het probleem van het wildplassen of het sproeien zelf niet aan maar is zowel voor jou als voor de kat noodzakelijk. En als we zeggen grondig reinigen, dan bedoelen we ook echt grondig reinigen. Je kan denken dat de plek weg is vermits jij ze niet meer ziet of ruikt maar een kat heeft een veel fijner reukorgaan dan een mens. Veelal zijn de enzymen in de urine of het sproeivocht niet afgebroken en blijft de kat zijn boodschap ruiken. Wel, die reuk zal de kat aanzetten om juist op “dezelfde” plek opnieuw te plassen of te sproeien.

Best reinig je de vlek als de kat het niet ziet, vooral wanneer het sproeivloeistof betreft (de kat zal immers niet begrijpen waarom je zijn boodschap uitvaagt en die snel terug plaatsen).

Reinig de plas- en sproeivlekken nooit met een product dat bleekwater of ammonia bevat vermits de kat verzot is op deze geur en ze dus opnieuw sneller geneigd zal zijn op die vlek opnieuw te plassen of sproeien (je zet er haar bijna toe aan).
Dep de plek droog met een vod, gebruik vervolgens pure alcohol (geen spiritus) of een speciaal product (“HG alle nare geurtjes weg” – vind je in de grootwarenhuizen en drogisterijen, of nog “Stalfris”, “Ecodor Ecopet Geur en Vlek weg”, “Ecodor UF 2000”, Urine off enz. die je op beurzen vindt of in de dierenzaken, “Biotex groen” zou ook een wondermiddel zijn) en spoel vervolgens de plek goed uit met water. Heeft de kat een voorkeur voor zachte stoffen als tapijten, donsdekens, kussens, enz., gebruik dan “Biotex groen Handwas en Inweek”, laat de vlek wat inweken en spoel goed na (misschien kan je best checken op een minder zichtbare plaats of de stof voldoende kleurvast is om onaangename verrassingen te vermijden).

Ik las laatst een vrij opmerkelijke techniek betreffende het tegengaan van sproeien door geholpen katten. Zoals gezegd tracht te kat een boodschap, een Post-It te plaatsen op de plek waar hij sproeit zodat hij alert kan zijn voor iets of iemand. Als je die plek kuist is de kat zijn “Post-It” kwijt. Om te vermijden dat hij een nieuw geheugensteuntje gaat aanmaken kan je de “Watjestechniek” toepassen. Je neemt een watje en wrijft ermee langs de kaken, de kin en de snorharen van de kat zodat je gezichtsferomonen van de kat op het watje doet. Dit watje hang je dan op de plaats waar de kat gesproeid heeft. De kat zal zijn geurvlag herkennen en minder geneigd zijn om daar opnieuw een herinnering achter te laten. Maar… zoals gezegd en vergelijkbaar met het gebruik van een Feliway-spray (die synthetische gezichtsferomonen van een kat bevat) zal enkel dit veelal geen soelaas bieden.

Ook wordt wel eens aangeraden aluminiumfolie op de plek te plakken waar de kat sproeit. Als de kat daar opnieuw zou gaan sproeien, zou dit een knetterend effect geven waar de kat niet echt van houdt. Soms helpt dit maar zoals altijd, als je de oorzaak niet aanpakt is de kans groot dat hij wat verder zijn boodschap gaat verspreiden en tenzij je houdt van het inpakwerk van de kunstenaar Christo lijkt dit dus niet echt de geschikte oplossing

Je hoort soms verhalen van de kat met zijn neus door het plasje halen of een mep verkopen of nog de kat op de kattenbak opsluiten enz. Zoals hiervoor uiteengezet kan wildplassen of sproeien het gevolg zijn van stress, frustratie en / of angst. Het is nooit het gevolg van pesterijen door het dier of dominantie. Door je kat te straffen of er bijvoorbeeld onvriendelijker tegen te worden (wat nog begrijpelijk zou kunnen zijn na een ochtend plasjes kuisen) gaat het dier minder contact met jou zoeken, bang van je worden en wat is gevolg? Nog meer stress, nog meer frustratie en nog meer angst; dus zal het dier nog meer plassen of sproeien. Ga dus beter een frisse neus halen, kalmeer en stel je kat gerust.

Wat met benchtraining?

In veel lectuur betreffende onzindelijkheid vind je de techniek van de benchtraining terug.

Benchtraining bestaat erin je kat op te sluiten in een kleine ruimte, bij voorkeur met een gladde ondergrond (bijvoorbeeld een douche of een hondenbench met linolium in want een kat doet niet graag zijn behoeften op een gladde vloer – zou spetsen) waarin je in de ene hoek zijn kattenbak zet en in de andere hoek zijn drank en voedervoorzieningen. Een kat bevuilt niet graag de plek waar zijn eten staat dus door de plek zodanig klein te maken, verplicht je hem praktisch om op de kattenbak zijn behoeften te doen. Naarmate de training vordert kan je de ruimte verruimen en je kat meer uit de bench laten, maar steeds onder toezicht zodat je tijdig kan ingrijpen en je kat op de kattenbak zetten als hij de neiging zou hebben om te gaan hurken.

De techniek is bedoeld om angstige dieren of dieren met verlatingsangst in een klein en veilig territorium te laten gewennen en geleidelijk aan dit territorium uit te breiden, zodat ze zich uiteindelijk veilig gaan voelen in het hele huis en dit niet meer uit angst gaan bevuilen. Belangrijk hierbij is evenwel om veel aandacht te schenken aan je kat en er dus regelmatig bij te gaan. Bovendien hebben we enigszins onze bedenkingen bij benchtraining want je bestrijdt het kwade met het kwade. Het dier is bijvoorbeeld bang om alleen te zijn dus, zonder je het af. Het dier is jaloers op de nieuwe baby dus zonder je het af. Het is zeker geen diervriendelijke aanpak. We twijfelen bovendien of het de angst, de stress en de frustratie echt wel wegneemt maar begrijpen wel dat een eigenaar van een plassende en sproeiende kat alle mogelijkheden uitprobeert.

Veel om te verwerken zonder echt de wonderoplossing te bevatten horen we jullie denken. Juist, een daarom is er al zoveel geschreven over onzindelijkheid bij dieren en zal er in de toekomst nog veel over geschreven worden. Het hierboven omschreven driestappenplan is echter de enige bestaande handleiding (1. dierenarts, 2. kattenbakhygiëne en 3. gedragstoornis aanpakken) . Omdat een plassende en sproeiende kat nu juist veelal een psychische oorzaak heeft of een combinatie van een lichamelijk en psychische oorzaak en de katteneigenaars nog te veel twijfelen om een kattengedragstherapeut in te schakelen blijft het onzindelijkheidsprobleem veel te veel aandacht vergen.

Dus grijp op tijd in is de boodschap en laat je leven en dat van je kat niet verzuren.